Dag 70 en 71: Boottocht op de Arthur River en de ‘Tarkine Drive’

12 december 2025 - Nationaal park Narawntapu, Australië

Vandaag stond er een boottocht over de Arthur River op de planning. Om 9.15 uur werden we verwacht in het gelijknamige plaatsje, dat aan de westkust van Tasmanië ligt. Dat was nog ruim een uur rijden vanuit Stanley, dus we moesten weer wat vroeger opstaan dan de dag ervoor. Er waren nog 10 andere passagiers op de ‘Reflections’, de kleine boot waarmee we de rivier op voeren. Toen we vertrokken werd er meteen wat lekkers geserveerd. Wij zouden dat in Nederland misschien een ‘borrelplank’ noemen - kaas, toastjes, vleeswaren, frambozen, kersen en aardbeiden - nu werd het geserveerd als ‘gourmet morning tea’.

We stonden het grootste gedeelte van de vaartocht op het dak van de boot. Onderweg hielden we onze ogen open voor de Tasmaanse ondersoort van de Azure Kingfisher, maar helaas hoorden we er alleen eentje, maar zagen we hem niet. Wel kwamen we vier White-bellied Sea-Eagles tegen die twee territoria bezetten langs de rivier. Elke vogel kreeg een stukje vlees van de gids: ze wierp het vlees in het water, dat vervolgens door de vogels werd opgevist.

We voeren door tot het punt waar de Frankland River in de Arthur River uitkomt. Vervolgens voeren we een stukje terug en gingen we aan land. Daar maakten we een korte wandeling door het regenwoud met de schipper. Hij wees ons op de verschillende soorten bomen die er groeiden, de rivierkreeften die holen graven en twee verschillende soorten orchideeën. We genoten van een uitgebreide barbecue-lunch en voeren terug naar Arthur River.

Na de boottocht reden we een weggetje in naar de kust. Dit leek een goed habitat voor de Striated Fieldwren. En inderdaad: op een punt dat er interessant uitzag, hoorde Carla de vogel zingen en later zagen we er ook twee. Ook zat er een Dusky Robin in een struikje. Vervolgens reden we naar het punt waar de Arthur River in de zee uitmondt. Dit wordt Edge of the World genoemd. Daarna bezochten we petroglyfen van Aborinigals langs de kust. De wandeling hiernaartoe was al de moeite waard. We zagen een paar White-fronted Chats, mooie schelpen en interessante stenen. Bij de petroglyfen lagen de kadavers van een aantal grienden die daar in februari waren gestrand. Eind van de middag reden we naar de camping waar we zouden overnachten en zagen we onderweg in totaal acht (!) wombats lopen, waaronder één met een jong. Toen het begon te schemeren gingen we weer op pad voor een ‘night drive’. Niet normaal hoeveel dieren hier in de schemering en in het donker te zien zijn op en langs de weg: wombats, pademelons, Bennett’s wallaby’s en possums….

De volgende ochtend reden we verder op de zgn. ‘Tarkine Drive’. Dit is een prachtige route door het noord-westen van Tasmanië die voert langs de kust, door regenwoud, eucalyptusbossen en over wilde rivieren. Op diverse plekken is de mogelijkheid om te stoppen voor een uitzichtpunt of een wandeling naar een bezienswaardigheid. Onderweg kwamen we bijna geen andere toeristen tegen. Eerst reden we naar Rebecca Lagoon. Daar zagen we niet veel vogels, maar wel een mooie vlinder: de Common Brown. Via de Sumac Lookout, waarbij we uitkeken over de Arthur River en het regenwoud, reden er naar Julius River, waar we twee korte, maar mooie wandelingen maakten: de River Forest Walk en de Sinkhole Walk. Tijdens de wandeling zagen we een Spinebill van heel dichtbij, een Macleay Swallowtail (vlinder) en indrukwekkend grote paddestoelen. Door het gemengde bos liepen we naar Lake Chisholm, een grote, met water gevulde, kalkstenen sinkhole. Verderop was een kleinere sinkhole te bewonderen, die sprookjesachtig aandeed. Na de lunch bij Milkshake Hills zochten we voor de laatste keer tevergeefs naar de Azure Kingfisher langs de Arthur River en wandelden we naar Trowutta Arch, een grote rotsboog in een weelderig begroeid bos. Nadat we de Tarkine Drive achter ons hadden gelaten, reden we naar het plaatsje Penguin, aan de noordkust van Tasmanië. Het plaatsje is vernoemd naar de kolonie Little Penguins die in de buurt broedt. In het plaatsje staat een 3 meter hoge pinguïn aan de kust die in 1975 is neergezet ter ere van het honderd jarige bestaan van het plaatsje. Bij bijzondere gelegenheden krijgt de pinguïn een passende outfit aan. Nu had hij bijvoorbeeld kerstkleding aan. Ook paaltjes langs de weg en alle afvalbakken hebben een pinguïn-thema. Via Mersey Bluff in Devonport reden we naar Narawntapu National Park, waar we welkom werden geheten door een aantal Bennett’s wallaby’s. Na het eten wandelden we in het avondlicht naar een birdhide. Onderweg wemelde het van de vogels, pademelons en wallaby’s. Vanuit de birdhide zagen we in de verte Forest Kangaroo’s en twee Wedge-tailed Eagles van de Tasmaanse ondersoort. In het donker gingen we rond de camping op zoek naar dieren. Naast de eerder genoemde soorten zagen we twee Brush-tailed Possums en hoorden we een Tasmanian Boobook (soort uil).

(11 en 12 december 2025)

Foto’s