Dag 75 en 76: Maria Island: een Tasmanian Devil!

17 december 2025 - Boomer Bay, Australië

We vertrokken vroeg vanaf de camping in Freycinet National Park, zodat we ruim op tijd aankwamen in Triabunna, het havenplaatsje waarvandaan de veerboot naar Maria Island vaart. Het eiland werd na de ’ontdekking’ door Abel Tasman door hem vernoemd naar de vrouw van Van Diemen, in die tijd de Gouverneur-Generaal van de VOC. In de 19e eeuw is het eiland door Groot-Brittannië gebruikt om gedetineerden vast te zetten en overdag te laten werken. Daarna is het gebruikt voor delfstofwinning en schapenteelt. Sinds eind 20e eeuw is het hele eiland natuurgebied en een ‘veilige haven’ voor veel zoogdieren die op andere plekken zijn uitgestorven of door uitsterven worden bedreigd.

Omdat er op het eiland geen winkels, drinkwater en prullenbakken aanwezig zijn, moesten we alles wat we wilden gebruiken, zelf meenemen en ons afval weer mee terugnemen. Het is mogelijk om te overnachten in één van de tien kamers van de oude gevangenis worden, maar die waren allemaal al ruim van te voeren volgeboekt. Daarom hadden we in Hobart een kampeeruitrusting (tentje, luchtbed en pomp) gekocht. Een heel gedoe voor één nachtje slapen, maar het doel was om ’s avonds op zoek te gaan naar zoogdieren - in het bijzonder de Tasmanian Devil. De laatste boot vaart om 16:15 uur terug naar het vasteland. De meeste zoogdieren in Australië worden pas na die tijd actief.

Onderweg naar Triabunna zagen we (helaas) een aangereden Tasmanian Devil liggen. Dat was natuurlijk helemaal niet de toestand waarin we dit dier hoopten te zien.

De boot vertrok stipt om 10:00 uur. Tijdens de overtocht zwommen er een tijdje gewone dolfijnen achter de boot en vlogen er Australasian Gannets rond. Na aankomst in de haven liepen we met onze spullen naar de camping om ons tentje op te zetten. Dit was zo gepiept, zodat we snel daarna onze gereserveerde mountainbikes konden ophalen. Het was inmiddels heerlijk warm geworden, dus de korte broek kon weer een keertje aan.

Het eiland is wat kleiner dan Texel, maar heel heuvelachtig (hoogste piek is ruim 700 meter). Het was dus even wennen om op onverharde paden steile heuvels op te fietsen. We reden naar de Fossil Cliffs, rotsen met veel fossiele schelpen. ’s Middags liepen we een pittige wandeling met uiteindelijk een steile beklimming van een paar hoge rotsen: Bishop en Clerk. Onderweg zagen we drie Forty-spotted Pardalotes (de soort waarvoor we eerder een speciale excursie hadden geboekt bij Inala op Bruny Island),  Swift Parrots en een Olive Whistler. Het uitzicht vanaf de rotsen was prachtig! Na de afdaling fietsten we terug naar de camping. In de omgeving van de campkitchen liep een southern brown bandicoot, een klein buideldiertje dat doet denken aan een rat. Toen we buiten bij onze tent zaten, kwam dit diertje onze tent inspecteren, trok de rits een stukje open en kroop onze tent in! Ons eten zat in een locker in de campkitchen, maar blijkbaar was hij nieuwsgierig of er iets te halen viel. Na het avondeten gingen we met de fiets op pad in zuidelijke richting. Op de veldjes die vroeger beweid werden, liepen nu pademelons, wombats, Forester kangaroos en Bennett’s wallaby’s. In totaal telden we 26 wombats! We bezochten in het mooie avondlicht de Painted Cliffs. Deze fotogenieke kliffen hebben hun kleuren gekregen doordat ijzerhoudend grondwater door het kalksteen zakt. Toen het donker werd gingen we met rode zaklamp en infraroodkijker op zoek naar de Tasmanian Devil. Dat was zoeken naar een naald in een hooiberg, want het wemelde van de pademelons, wallaby’s en wombats. Zo nu en dan zagen we possums en bandicoots. Ook hoorden we tenminste één Tasmanian Boobook en een Australian Masked Owl. Toen we de moed begonnen op te geven zag Carla ineens een Tasmanian Devil in het rode licht van de zaklamp. Hij keek ons recht aan… Marco zag hem niet en liep door. Carla riep: “Stop, stop! Dat is hem, dat is hem!” Of het kwam door die enthousiaste reactie of doordat Marco te dicht bij kwam, weten we niet, maar helaas bleef het dier niet lang zitten en rende weg. We konden er dus geen foto van maken, maar dit was zeker één van onze hoogtepunten op Maria Island!

Na een frisse nacht in de tent, werd het de volgende dag al snel nog warmer dan de dag ervoor.. Nadat we onze tent weer hadden afgebroken, reden we naar het ‘convict built reservoir’. Deze plek wordt door vogelaars veel bezocht. Wij zagen er een aantal Swift Parrots. Daarna fietsten we over de kustweg naar French’s Farm. Dit is een voormalige schapenboerderij uit 1930 en nu al lange tijd buiten bedrijf is. We twijfelden wel even of we deze fietstocht wilden maken. We hadden nog papbenen van de wandeling van de dag ervoor en ook dit was zeker geen vlakke tocht. Uiteindelijk besloten we gewoon te beginnen en wel te zien tot hoever we zouden komen. Dat bleek tocht gewoon de hele route naar French’s Farm te zijn. We lunchten op het nabijgelegen strand aan de Shoal Bay. Hier lagen hele mooie schelpen op het strand. Toen we weer in Darlington terug waren, bekeken we de oude gebouwen in Darlington. Tijdens de terugreis op de boot van Maria Island naar Triabunna zagen we een aantal Short-tailed Shearwaters. We besloten te overnachten op een eenvoudige campsite in Boomer Bay. De eigenaar had twee korte wandelingen uitgezet op zijn grond. Hier zagen we een echidna en veel vogels, waaronder twee kookaburra’s met een prooi.

(16 en 17 december 2025)

Foto’s